Curaçao North Sea Jazz scoort met artiesten uit de regio – maar trekken zij ook de toerist?

· - leestijd 6 minuten
Afbeelding
Foto: Hans Tak/CNSJ

WILLEMSTAD – De allergrootste wereldsterren naar Curaçao North Sea Jazz halen wordt steeds moeilijker en vooral veel duurder. Dit jaar koos het festival nadrukkelijker voor grote artiesten uit het Caribisch gebied en Latijns-Amerika – en die keuze pakte bij het publiek uitstekend uit. Maar daarmee dient zich meteen een nieuwe vraag aan: zijn regionale publiekstrekkers ook sterk genoeg om Amerikaanse en Nederlandse toeristen speciaal voor het festival naar Curaçao te halen?


In 2014 kostte het optreden van Bruno Mars op Curaçao North Sea Jazz zo’n 1,25 miljoen dollar. Tegenwoordig zou een artiest van dat kaliber volgens betrokkenen al snel 5 tot 6 miljoen dollar kosten en daarmee voor het festival vrijwel onhaalbaar zijn.

Daar komt bij dat de internationale concertmarkt sinds corona sterk is veranderd. Artiesten zijn nog altijd bezig met grote tournees, terwijl kapitaalkrachtige markten zoals het Midden-Oosten hogere bedragen kunnen bieden. Wereldsterren als Taylor Swift, Harry Styles, Adele en Shakira kiezen bovendien vaker voor langere concertreeksen in één stad in plaats van uitgebreide tournees langs verschillende landen.

Curaçao heeft zichzelf de afgelopen zestien jaar bovendien verwend. Stevie Wonder, Santana, Diana Ross, Mariah Carey, Prince, Alicia Keys en Maroon 5: ze stonden allemaal op het festival. Daardoor wordt het steeds moeilijker om ieder jaar opnieuw een wereldnaam te vinden die nog niet eerder op Curaçao heeft gestaan én beschikbaar en betaalbaar is.

Curaçao North Sea Jazz programmeerde altijd al grote namen uit de regio, zoals Maná en Juan Luis Guerra. Maar de echte hoofdacts kwamen doorgaans uit de Engelstalige internationale muziekwereld. Dit jaar lag dat anders. Het waren vooral artiesten uit Latijns-Amerika en het Caribisch gebied die het festival droegen.

Cuban Night zet de toon

Dat begon al op de donderdagavond. Het pre-concert kreeg het karakter van een ‘Cuban Night’, met zanger, muzikant en bandleider Alain Pérez, die onder meer jarenlang Celia Cruz begeleidde.

Met een strakke band en een aantal bekende nummers werd de toon gezet. Daarna veranderde de avond definitief in een feest met Gente de Zona, bekend van internationale hits als La Gozadera, Súbeme la Radio en Más Macarena.

Het was een voorproefje van wat de rest van het weekend zou laten zien: grote regionale namen hebben geen Amerikaanse superstarstatus nodig om op Curaçao een festivalpubliek mee te krijgen.

Jeon ontroert

Dat gold ook voor de Arubaanse Jeon, die vrijdagavond het festival opende.

Vooraf lag de vraag voor de hand wat hij nog aan Curaçao North Sea Jazz kon toevoegen. Jeon treedt immers regelmatig op Curaçao op. Maar die twijfel verdween vrijwel meteen.

Na het huldigingsmoment van organisator Gregory Elias met de Curaçaose Little League-kampioenen begon Jeon bij zonsondergang op de cuarta met Rudy Plaate’s Atardi. Een voltreffer die zichtbaar veel mensen in het publiek raakte.

Jeon (Foto: Hans Tak/CNSJ)

Daarna volgde onmiddellijk zijn bekende WK-hit Mama Wak, gevolgd door Bis’e, samen met Paul Welvaart. Ondersteund door een grotendeels Curaçaose band ging Jeon van hit naar hit.

Een van de meest emotionele momenten was zijn ode aan de overleden Ced Ride. Jeon zong diens tijdloze ballad Mi No Ke Bo Mas, luidkeels ondersteund door het publiek.

De conclusie na zijn optreden kon nauwelijks anders luiden: Jeon voegde wel degelijk iets toe. De Arubaan liet zien dat een artiest uit de eigen regio moeiteloos het niveau en de omvang van Curaçao North Sea Jazz aankan.

Blades, Balvin, Marley en Kassav’

Jeon was bepaald niet de enige regionale publiekslieveling.

Ook de inmiddels 78-jarige Panamese salsa-icoon Rubén Blades werd opnieuw gretig ontvangen. Het was zijn derde optreden op het festival. Voor een publiek dat is opgegroeid met nummers als Maria Lionza, El Cantante en Pedro Navaja hebben die klassiekers nauwelijks aan kracht verloren.

Op zaterdagavond was J Balvin uit Medellín de grote headliner op het Sam Cooke-hoofdpodium. De reggaetonster was duidelijk een van de artiesten waarvoor veel bezoekers speciaal waren gekomen.

Daar kwam nog een verrassing bij toen Ryan Castro, die een deel van zijn leven op Curaçao woonde, als gast verscheen. Ook daar reageerde het thuispubliek uitbundig op.

Hetzelfde gold voor Kassav’, de beroemde zoukband uit Guadeloupe, die na J Balvin het festival op zaterdagavond definitief afsloot. Er werd het nodige geplaybackt, maar het publiek leek daar nauwelijks om te malen. Ook na het overlijden van frontman Jacob Desvarieux zijn er met de overgebleven leden van de oorspronkelijke bezetting genoeg ingrediënten over voor een muzikaal feest.

Op de Sir Duke-stage stond het eerder op de avond ook bomvol bij Stephen Marley. Hij was geprogrammeerd tegenover de meer ingetogen Branford Marsalis en Dianne Reeves.

Een lid van de Marley-familie blijft voor een Caribisch publiek bijna automatisch een kwaliteitskeurmerk. De grootste reacties kwamen dan ook toen Stephen nummers van zijn vader Bob Marley speelde.

Maar wie trekt de buitenlandse bezoeker?

Artistiek en bij het lokale en regionale publiek werkte de formule dus. Maar voor de toekomst van Curaçao North Sea Jazz is er nog een andere vraag.

Want een vol festivalterrein betekent niet automatisch dat het festival ook zijn bredere economische en toeristische doel bereikt.

Daarvoor zijn artiesten nodig die niet alleen mensen op Curaçao aanspreken, maar mogelijk ook bezoekers uit bijvoorbeeld Nederland en de Verenigde Staten overtuigen om een vliegticket en hotel te boeken.

Juist op dat punt leverden de meer internationaal bekende namen van deze editie een gemengd beeld op.

Bij The Jacksons bleek de aantrekkingskracht van de naam nog altijd enorm. Toch was Marlon Jackson de enige van de oorspronkelijke Jacksons die voor dit optreden naar Curaçao was gekomen. Hij werd begeleid door andere leden van de Jackson-familie.

Dat deed weinig af aan de belangstelling. De naam Jackson en de vele wereldhits hebben kennelijk nog steeds zoveel aantrekkingskracht dat de deuren van de volle Celia-stage al vóór aanvang van het optreden sloten.

De interessante vraag is of die aantrekkingskracht ook buiten Curaçao nog sterk genoeg is om internationale bezoekers in beweging te krijgen.

Jon Batiste: muzikaal groot, maar niet meteen vol

Een ander beeld was er bij Grammy-winnaar Jon Batiste.

Over zijn muzikale kwaliteiten bestaat weinig twijfel. Twee maanden eerder speelde hij North Sea Jazz in Rotterdam nog volledig plat en ook op Curaçao groeide zijn optreden uit tot een indrukwekkende show.

Maar bij aanvang was het terrein voor het Sam Cooke-hoofdpodium opvallend ruim.

Jon Batiste (Foto: Dick Drayer)

Batiste wist het plein uiteindelijk te vullen en het publiek voor zich te winnen, maar wie aan het begin van zijn optreden om zich heen keek, zag dat de grote internationale reputatie van een artiest niet automatisch betekent dat het Curaçaose festivalpubliek meteen massaal voor het podium staat.

Vanuit de organisatie klonken bovendien geluiden dat een flinke stroom bezoekers zaterdag pas rond het begin van Stephen Marley, direct na Batiste, het terrein betrad.

Toto bewijst aantrekkingskracht

Bij Toto was er van twijfel veel minder sprake.

De Amerikaanse rockband was de meest uitgesproken internationale superact van het festival en trok veel bezoekers naar het hoofdpodium. De band leverde bovendien een sterk optreden.

Het was niet eenvoudig Toto vast te leggen. Maar als de band eenmaal toezegt, verblijven de muzikanten blijkbaar graag wat langer op Curaçao.

Dat gebeurde dertien jaar geleden eveneens, toen Toto op vrijdag het hoofdpodium opende. Destijds stond het daar aanzienlijk minder vol dan afgelopen weekend.

Het optreden van dit jaar liet zien dat een gevestigde internationale naam nog steeds een belangrijke troef kan zijn.

De strategische keuze

Daarmee komt de organisatie na deze editie voor een interessante keuze te staan.

De komende weken wordt geëvalueerd en gekeken naar de toekomst. De uitdagingen zijn bekend. Het boeken van grote artiesten blijft deels een kwestie van toeval: een wereldster moet op het juiste moment beschikbaar zijn, in de regio willen optreden én binnen het budget passen.

Foto: Dick Drayer

Tegelijkertijd heeft deze editie overtuigend laten zien dat Curaçao North Sea Jazz niet afhankelijk is van uitsluitend Amerikaanse of Europese supersterren om een goed festival neer te zetten.

Jeon, Rubén Blades, J Balvin, Stephen Marley en Kassav’ bewezen dat artiesten uit het Caribisch gebied en Latijns-Amerika het festival kunnen dragen en het publiek massaal in beweging kunnen krijgen.

Maar daarmee is de belangrijkste strategische vraag voor de komende jaren nog niet beantwoord.

Blijft de organisatie een aanzienlijk deel van het budget reserveren om één of meerdere grote Amerikaanse of Europese namen naar Curaçao te halen? Of kiest het festival vaker voor grote regionale artiesten die mogelijk goedkoper zijn en hier minstens zoveel enthousiasme veroorzaken?

Voor Curaçao gaat die afweging verder dan alleen de kwaliteit van het muziekprogramma.

Een van de oorspronkelijke doelen van Curaçao North Sea Jazz is om het eiland internationaal op de kaart te zetten en juist in een relatief rustig toeristisch seizoen buitenlandse bezoekers naar Curaçao te halen.

De beslissende vraag is daarom niet alleen welke artiest op zaterdagavond het Sam Cooke-plein vol krijgt.

De vraag is ook: voor welke artiest stapt iemand in Amsterdam, New York of Miami in het vliegtuig naar Curaçao?

Of er volgend jaar opnieuw een festival komt en hoe de balans dan zal liggen tussen regionale topacts en grote Engelstalige namen, moet nog blijken.

Deze editie heeft in ieder geval één ding duidelijk gemaakt: voor een geweldig festival hoeft Curaçao niet uitsluitend naar de allergrootste Amerikaanse sterren te kijken. De regio heeft genoeg artiesten die het publiek kunnen dragen.

Nu moet blijken of zij ook de toerist kunnen trekken.


611 keer gelezen

Deel dit artikel: